De serie Bols-genèse (Genesis-kommen) legt een directe visuele link tussen de chaos van de minerale materie en de kom, een voorouderlijk cultureel object en het embleem van keramiek in zijn eenvoudigste en tegelijk meest pure vorm. De basis, opgebouwd 'in lagen, als een echo van de natuurlijke sedimentatie', laat een klonterige, heterogene materie zien, bestaande uit aarde, fragmenten van gebroken keramiek, elementen van metaal, glas of glazuren die door het vuur met elkaar zijn verbonden. Uit dit koken ontstaat een kom waarvan het glazuur, door te vloeien, versmelt met de vormloze massa die haar ondergrondse oorsprong onderstreept en haar het leven schenkt. Het gebaar van de kunstenaar lijkt te vervagen achter een autonoom proces waarin de aarde, verre van inert, een volwaardige actor is in de creatie.
